Waar gaat het over
Jonge kinderen nemen wat ze op een scherm zien vaak letterlijk: een filmpje is echt gebeurd, een prijs is echt gewonnen. Tegelijk staan tijdlijnen en zoekresultaten vol bewerkte beelden, verzonnen verhalen en reclame die zich als iets anders voordoet. Kinderen hebben geen waarschuwing nodig, maar gereedschap.
In de mini-app Echt of Nep? onderzoekt het kind samen met Pip vijf berichtjes en foto's, en leert daarbij drie speurvragen: Kan dit echt? (klopt het met wat ik weet van de wereld), Wie zegt het? (ken ik de afzender echt) en Wil het iets van je? (moet ik klikken, kopen of haasten). "Ik twijfel" is in de app altijd een goed antwoord: twijfelen is de eerste stap van kritisch denken, en de brug naar hulp vragen aan een volwassene. Halverwege is er een gevoels-tafereel over Roos, die een enge nepfoto zag: ook al is een beeld nep, het gevoel is echt, en erover vertellen helpt.
Leerdoelen
- De leerling weet dat beelden en berichten op een scherm nep kunnen zijn, ook als ze echt lijken.
- De leerling kan de drie speurvragen benoemen en toepassen op een berichtje of foto.
- De leerling herkent haast en beloften ("klik snel", "gratis prijs") als signaal van een trucje.
- De leerling weet dat twijfelen slim is en dat je bij twijfel een volwassene om hulp vraagt.
- De leerling weet dat het gevoel bij een naar of eng beeld echt is en dat erover vertellen helpt.
Koppeling met de kerndoelen
Sluit aan bij de kerndoelen digitale geletterdheid voor het primair onderwijs, kerndoel 22 (domein praktische kennis en vaardigheden), onderdeel B: De leerling navigeert doelgericht in het digitale media- en informatielandschap voor het verwerven en verwerken van informatie.
De les werkt in het bijzonder aan deze uitwerkingen:
in kaart brengen van diverse media en bronnen, hun betrouwbaarheid en bruikbaarheid
beoordelen van aangeboden en gevonden informatie op betrouwbaarheid en bruikbaarheid
beschrijven hoe makers van digitale media de aandacht van gebruikers trekken, vasthouden en beïnvloeden met kleurende en sturende technieken
Bron: SLO, Definitieve conceptkerndoelen digitale geletterdheid (juli 2025), kerndoel 22, onderdeel B (p. 15-16). De kerndoelen worden wettelijk verplicht; scholen bereiden zich nu voor. Deze les werkt voor groep 3 tot 5 toe naar dit einddoel van het po.
Lesopbouw
| Tijd | Onderdeel |
|---|---|
| 5 min | Introductie (klassikaal). Laat een (zelfgekozen) duidelijk bewerkt plaatje zien, of vraag: heb je weleens iets op een scherm gezien dat niet echt bleek? Verzamel voorbeelden zonder oordeel. |
| 10 tot 15 min | De app spelen. De kinderen spelen Echt of Nep?, in tweetallen op een device, of klassikaal op het digibord waarbij de klas per berichtje stemt: echt, nep of twijfel. |
| 10 min | Nabespreking (klassikaal). Gebruik de gespreksvragen hieronder. Herhaal samen de drie speurvragen en hang ze eventueel op in de klas. |
| 10 min | Doe-opdracht (optioneel). Zie verderop: zelf een "nep-berichtje" maken en elkaar laten speuren. |
Gespreksvragen
Tijdens en na het spelen
- Welk berichtje vond jij het moeilijkst? Waarom?
- Wat zijn de drie speurvragen ook alweer? (Kan dit echt? Wie zegt het? Wil het iets van je?)
- Waarom is "ik twijfel" een slim antwoord?
- Het prijs-berichtje zei "klik snel!". Waarom wil een nep-berichtje dat je haast hebt?
- Hoe voelde Roos zich bij de enge nepfoto? Wat hielp haar?
- Wie kun jij om hulp vragen als je iets geks of engs ziet?
Differentiatie
Groep 3 tot 4
Speel klassikaal op het digibord en stem met de hele klas (duim omhoog = echt, duim omlaag = nep, hand op het hoofd = twijfel). Houd het bij speurvraag 1: "kan dit echt?".
Groep 5
Laat kinderen in tweetallen spelen en daarna zelf een voorbeeld bedenken bij elke speurvraag. Introduceer het woord "reclame" als antwoord op "wil het iets van je?".
Doe-opdracht (verwerking)
- Nep-berichtjes-fabriek. Ieder kind tekent of schrijft een eigen overdreven nep-berichtje ("Deze goudvis kan fietsen!"). Wissel uit: kan de buur met de speurvragen uitleggen waarom het nep is?
- Speurvragen-poster. Maak samen een klasposter met de drie speurvragen, en hang hem naast het digibord.
Kernbegrippen voor de leerkracht
Betrouwbaarheid. De kern van informatievaardigheid: klopt dit, en kan ik erop bouwen? Voor jonge kinderen vertaald naar de drie speurvragen.
Clickbait. Berichten die overdrijven of haast maken ("klik snel!", "je gelooft nooit wat...") om kliks te winnen. Haast en grote beloften zijn de herkenbaarste signalen.
Bewerkt beeld. Foto's en filmpjes kunnen gemaakt of aangepast zijn (montage, filters, AI). Het doel van deze les is niet elk beeld ontmaskeren, maar weten dát het kan.
Voor thuis (tip voor ouders)
Speel het speurspel gewoon door in het echt: ziet u samen een wonderlijk filmpje of een "gratis prijs", stel dan hardop de drie vragen. Kan dit echt? Wie zegt het? Wil het iets van ons? Uw kind leert het meest van uw eigen hardop-twijfelen.
Praktisch
- Nodig: een digibord of devices (Chromebook, tablet). Open
echt-of-nep.htmlin een browser. Geen installatie. - Privacy: de app slaat niets op en heeft geen account nodig. Er wordt geen data van kinderen verzameld.
- Herhalen mag: de app is kort genoeg om vaker te spelen; de gesprekken erna worden elke keer rijker.